Woninginstallaties

Gaat u een nieuw huis kopen of laat u een huis bouwen? Wij ontwerpen graag uw gehele elektriciteitsplan en voeren ook zelf de installatie uit. Ook als u uw huis gedeeltelijk of volledig gaat renoveren, maken wij een helder plan van aanpak en vernieuwen de elektra waar nodig. Voor uw woninginstallaties is Herders de beste elektricien.

Herders Elektrotechniek uit Enkhuizen helpt u ook gegarandeerd goed bij:

  • verbouwen van uw keuken of badkamer
  • plaatsen van uw nieuwe keuken of badkamer
  • de aanleg van uw tuinverlichting

Informatie

De elektrische installatie van een woning omvat naast het zich in de meterkast bevindende materieel van de verdeelinrichting, alle zaken die hierop zijn aangesloten zoals: buizen, kabels, leidingen, schakelaars, wandcontactdozen, verlichtingsarmaturen, machines, toestellen en al hetgeen nodig is om deze apparaten te voorzien van elektrische energie.

De voedingskabel van de leverancier is aangesloten op de huisaansluitkast waarin zich een of meerdere hoofdveiligheden (hoofdzekeringen) bevinden. Van hieruit gaat de voeding via de kilowattuurmeter, die het energieverbruik meet, verder naar de verdeelinrichting (groepenkast). Hier wordt de elektrische energie verdeeld in groepen en beveiligd door middel van een smeltveiligheid of een installatieautomaat.

De kilowattuurmeter kan uitgevoerd zijn als dubbeltariefmeter, deze registreert apart de elektriciteit die overdag of ’s nachts wordt afgenomen. Hiermee probeert de leverancier het verbruik te spreiden.

Verdeelinrichting

Belangrijke onderdelen van de verdeelinrichting zijn:

– de hoofdschakelaar
– de aardlekschakelaar
– de smeltveiligheid of installatieautomaat
– de groepschakelaar
– de aardrail

Aanleg

In woningen gebruikt men installatiebuis die meestal is weggewerkt in het beton of stucwerk. Bij deze zogenaamde inbouwinstallaties wordt overal waar een wandcontactdoos of schakelaar moet komen, een gat voor de dozen in de muur aangebracht. Het beste gaat dit door middel van een dozenboor. De sleuven voor de buizen worden doorgaans gemaakt met een muurfrees. De dozen worden vastgezet met wat gipspleister of mortel. Hierna worden de buizen op de dozen aangesloten en provisorisch bevestigd in de sleuf. Dit doet men door de buis vast te zetten met spijkers of wiggen. Daarna kunnen de sleuven definitief gedicht worden met gipspleister.

In bedrijfsruimten wordt de installatie meestal met metalen buizen (tegenwoordig vaak slagvaste hostalietbuizen) in zicht aangelegd. Ook bij huisinstallaties wordt de zogenaamde opbouwinstallatie toegepast, denk aan kelders, schuren, zolders etc.

Buizen

Een buizeninstallatie wordt zo veel mogelijk in rechte lijn aangelegd. Door het aantal bochten zo veel mogelijk te beperken zal het draadtrekken later soepel verlopen. Daar waar bochten moeten komen maakt men gebruik van een buigveer, zou men deze niet gebruiken dan knikt de buis. Het maximale aantal bochten tussen de lasdozen is vier. Buizen in zicht worden vastgezet met zadels (beugels). Vroeger was de maximale afstand tussen de zadels voor pvc-buizen 40 cm (niet verticaal) of 50 cm (verticaal), tegenwoordig moeten er beugels worden geplaatst naar eigen inzicht. Bij metalen buizen is de maximale afstand één meter. Ook dient binnen een afstand van 10 cm van bochten, dozen en andere hulpstukken (sok, wandcontactdoos, schakelaar e.d.) een zadel te worden aangebracht. Dit geldt niet voor buizen die in de muur zijn weggewerkt, hier is een voorlopige bevestiging voldoende. De hier genoemde voorwaarden zijn niet van toepassing bij AN Botlek.

Draden

Het trekken van de installatiedraad gebeurt nadat de buizen definitief zijn vastgezet. Voor weggewerkte buizen betekent dat het stucwerk in het ruw gereed moet zijn. Het draadtrekken doet men met z’n tweeën, één voert de draden in, de ander trekt de draden. Men maakt hierbij gebruik van een trekveer. Bij voorkeur wordt de draad ingevoerd bij de veelal lager gemonteerde dozen voor wandcontactdozen en schakelaars zodat men in een ergonomische lichaamshouding aan de trekveer kan trekken vanuit de centraaldoos. De trekrichting dient in het verlengde van de buis te gebeuren zodat er zo min mogelijk wrijving ontstaat.

Afmonteren

Na het draadtrekken kan begonnen worden met het afmonteren. Hierbij worden de schakelaars en wandcontactdozen aangesloten en gemonteerd, ook worden de draden in de lasdozen met elkaar verbonden. Bij het centraaldozensysteem bevinden alle verbindingen zich in de centraaldoos. Het met elkaar verbinden van de installatiedraden noemt men lassen. De te verbinden draden worden op de juiste lengte afgeknipt en voor een deel ontdaan van hun isolatie (strippen). Vervolgens worden ze, kleur op kleur, gelast door middel van een lasklem. Bij de centraaldoos worden de nuldraad, eventueel aarddraad en één of meerdere schakeldraden naar buiten gevoerd en afgemonteerd met een kroonsteen zodat hier een lamparmatuur op aangesloten kan worden.